Historie

Historie

Historie van de kersenteelt in de gemeente Uden. De hoogstamvruchtbomen zijn geïntroduceerd door de Romeinen. Zij waren de eerste die hier de fruitcultuur hebben verspreid. Waaronder de kersenboom.

In de middeleeuwen vond verdere verbreiding van de fruitteelt plaats door kloosterlingen en kasteelheren. 
In de 19e eeuw voor 1850 wordt de fruitteelt een vast onderdeel van de gemengde  zelfvoorzienend bedrijf op de zandgronden.
In de zogenaamde ‘huisboomgaarden' stonden vele soorten fruitbomen van verschillende leeftijden.
De vruchten waren vooral voor eigen gebruik.
Onder de fruitbomen werd vee (varkens, koeien en schapen) gehouden en werden daarom ook ‘huisweiden' genoemd. 

In de 19e eeuw na 1850 gaat de ooftbouw, vanwege de landbouwcrisis, een gedeelte van de akkerbouw vervangen met name op de goede vochthoudende zand-, zavel-, leem- en lössgronden. In de productieboomgaarden stonden slechts enkele soorten van ongeveer dezelfde leeftijd. De vruchten waren voornamelijk voor de handel. De kersenboomgaarden in en rondom Uden waren zulke productieboomgaarden.

De aanwezigheid van kersenboomgaarden was sterk streekgebonden. Vanwege cultuurhistorische en bodemkundige factoren (grof zandig, zavel, leem) en de ligging ten opzichte van de Peelrandbreuk die voor een permanente watervoorziening zorgde was Uden vroeger een echt kersendorp. De kersenboomgaarden lagen in Uden als groene gordels rond de bebouwing, zowel in het dorp als daarbuiten. In het dorp tussen de huizen en in de buurtschappen achter de boerderijen.

In de 20e eeuw nam de verstedelijking door de industrialisatie een grote vlucht.  De landbouw en dus ook de kersenteelt kreeg door de industralisatie te maken met hogere lonen, schaalvergroting, intensivering en mechanisatie.

Na  1960 ging het in een rap tempo bergafwaarts met de kersenboomgaarden. Door het arbeidsintensieve karakter van de fruitteelt werd omgeschakeld van hoog- naar laagstamkersen (morel). Ook werden vele hoogstamboomgaarden gerooid met rooipremie van de Europese Unie en werden omgezet in gras- of akkerland.

Een enkele boomgaard die overbleef had te maken met verwaarlozing en door het wegvallen van onderhoud waren de bomen overgeleverd aan ziekten, plagen, ouderdom en windvang. Ook hebben de paarden en pony's door vraat aan de bast de genadeslag aan de laatste kersenbomen toegebracht.